Vul de goede vorm van het werkwoord in (vt) (1)
Vul de goede vorm van het werkwoord in (vt) (2)
Vul de goede vorm van het werkwoord in (vt) (3)
Vul de goede vorm van het werkwoord in (vt) (4)
Vul de goede vorm van het werkwoord in (vt) (5)
Vul de goede vorm van het werkwoord in (vt) (6)
Vul de goede vorm van het werkwoord in (vt) (7)
Vul de goede vorm van het werkwoord in (vt) (8)
Vul de goede vorm van het werkwoord in (vd) (1)
Vul de goede vorm van het werkwoord in (vd) (2)
Vul de goede vorm van het werkwoord in (vd) (3)
Vul de goede vorm van het werkwoord in (vd) (4)
Vul de goede vorm van het werkwoord in (vd) (5)
Vul de goede vorm van het werkwoord in (vd) (6)
Vul de goede vorm van het werkwoord in (vd) (7)
Vul de goede vorm van het werkwoord in (vd) (8)
Vul de goede vorm van het werkwoord in (tt, vt , vd) (1)
Vul de goede vorm van het werkwoord in (tt, vt , vd) (2)
Vul de goede vorm van het werkwoord in (tt, vt , vd) (3)
Vul de goede vorm van het werkwoord in (tt, vt , vd) (4)
Vul de goede vorm van het werkwoord in (tt, vt , vd) (5)
Vul de goede vorm van het werkwoord in (tt, vt , vd) (6)
Vul de goede vorm van het werkwoord in (tt, vt , vd) (7)
Vul de goede vorm van het werkwoord in (tt, vt , vd) (8)