Terug

In welke tijd staan de zinnen? [1]

In welke tijd staan de zinnen? [1]

 

Staat de zin in de tegenwoordige tijd of verleden tijd? Klik aan.


tegenwoordige tijd verleden tijd
Papa strooide met zout, zodat het niet glad was.
Het kind speelt in de zandbak.
De agent arresteert de brutale dief.