Terug
 

Zet de woorden in het meervoud en zet ze in de goede zin [1]

Zet de woorden in het meervoud en zet ze in de goede zin [1]

 
 

Kies uit: gitaar - slaap - koop - jaar - meet

 

 

  1. Wat ga je in de supermarkt kopen ?
  2. Wil je  meten hoe lang die tafel is?
  3. De mensen van de band spelen op hun  gitaren
  4. Ze wonen daar al jaren .
  5. De kinderen gaan op tijd  slapen .