Taal oefenen
Taal groep 6
Flitsen

Taal groep 6 - Flitsen

Woorden flitsen met -ch(t)-
Woorden flitsen met be-, ge- of ver-
Woorden flitsen met -ou(w)- of -au(w)-
Woorden flitsen met -aai-, -ooi- of -oei-
Woorden flitsen met -eer-, -aar-, -oor- of -uur-