Taal Spelling Klankwoorden [1] Woorden met ch of cht

Woorden met ch of cht

Woorden met ch of cht moet je uit je hoofd leren.

lach
lach: je hoort g en je schrijft ch
1195
nacht
nacht: je hoort gt en je schrijft cht
1201

Let op: Hoor je na de g een t? Dan schrijf je meestal cht.
Behalve in: hij ligt, hij legt, hij zegt…

ch en cht
lach
pech
kachel
lichaam
techniek
jacht
vrucht
gedicht
nachtegaal
vrachtwagen

 

Meer oefenen met ch of cht

1
2
3
1
2
2
2
2
1
1
1
1