Taal oefenen
Schrijf je -heid, -teit, -lijk of -ig
Schrijf je -heid, -teit, -lijk of -ig

Taal groep 5 - Spelling

Schrijf je -heid of -teit?
2
2
3
3
4
4
Schrijf je -lijk of -ig ?
Schrijf je -heid, -teit, -lijk of -ig?