Taal oefenen

Zelfstandige werkwoorden

Wat zijn zelfstandige werkwoorden?

Het zelfstandig werkwoordis het belangrijkste werkwoord in een zin en geeft altijd een handeling (actie) aan. Het zelfstandig werkwoord is voor de betekenis van een zin onmisbaar. Als je het weg zou laten in een zin, blijft een zin over die niet te begrijpen is.

Hoe vind je een zelfstandig werkwoord?

 

1   Er staat maar één werkwoord in een zin; het zelfstandig werkwoord


Als er maar één werkwoord in een zin staat, dan is dit vaak het zelfstandig werkwoord.
Let op! Als het één van de negen *koppelwerkwoorden is, is het enige werkwoord in een zin een koppelwerkwoord.

Het zelfstandige werkwoord
De boer voert zijn kippen.

Er staat maar één werkwoord in deze zin: voert
voert is in deze zin het zelfstandig werkwoord.
De kinderen spelen op de tablet. Er staat maar één werkwoord in deze zin: spelen
spelen is in deze zin het zelfstandig werkwoord.
Ivo koopt een ticket. Er staat maar één werkwoord in deze zin: koopt
koopt is in deze zin het zelfstandig werkwoord.
De boer voert zijn kippen.
Er staat maar één werkwoord in deze zin: voert
voert is in deze zin het zelfstandig werkwoord.

De kinderen spelen op de tablet.
Er staat maar één werkwoord in deze zin: spelen
spelen is in deze zin het zelfstandig werkwoord.

Ivo koopt een ticket.
Er staat maar één werkwoord in deze zin: koopt
koopt is in deze zin het zelfstandig werkwoord.

 

2   Welk werkwoord geeft de handeling aan?


Wat als er nu meerdere werkwoorden in een zin staan?

Als je meer werkwoorden in een zin hebt, moet je gaan kijken welk werkwoord de handeling (actie) aangeeft.
Daarnaast is het zelfstandig werkwoord voor de betekenis van een zin onmisbaar.
Als je het weg zou laten in de zin, blijft een zin over die niet te begrijpen is.

Welk werkwoord geeft de handeling aan?

De boer ging zijn kippen voeren.


Er staat twee werkwoorden in deze zin: ging en voeren
voeren is het zelfstandig werkwoord, want het geeft de belangrijkste handeling aan.

Je kunt het niet weg laten in deze zin.
Je zou dan krijgen: De boer ging zijn kippen.

ging is in deze zin het **hulpwerkwoord.
 
 

De kinderen hebben op de tablet gespeeld.


Er staat twee werkwoorden in deze zin: hebben en gespeeld
gespeeld is het zelfstandig werkwoord, want het geeft de belangrijkste handeling aan.

Je kunt het niet weg laten in deze zin.
Je zou dan krijgen: De kinderen
hebben op de tablet.

hebben is in deze zin het hulpwerkwoord.
 
De boer ging zijn kippen voeren.
Er staat twee werkwoorden in deze zin: ging en voeren
voeren is het zelfstandig werkwoord, want het geeft de belangrijkste handeling aan.
Je kunt het niet weg laten in deze zin.
Je zou dan krijgen:
De boer ging zijn kippen.
hebben is in deze zin het hulpwerkwoord.

De kinderen hebben op de tablet gespeeld.
gespeeld is het zelfstandig werkwoord, want het geeft de belangrijkste handeling aan.
Je kunt het niet weg laten in deze zin.
Je zou dan krijgen:
De kinderen hebben op de tablet.
hebben is in deze zin het hulpwerkwoord.



* Koppelwerkwoord:
Als één van deze werkwoorden: zijn, worden, blijven, blijken, lijken, schijnen, heten, dunken en voorkomen in de zin
staat en het is het belangrijkste werkwoord in de zin.

** Hulpwerkwoord:
Hulpwerkwoorden komen alleen voor als er twee of meer werkwoorden in de zin staan.
Ze bieden hulp aan het
zelfstandig werkwoord of het koppelwerkwoord.