Taal oefenen

Persoonlijke voornaamwoorden

Wat is een persoonlijk voornaamwoord?
 

Het persoonlijk voornaamwoord verwijst naar een persoon of een groep personen, zonder ze bij naam te noemen.


Persoonlijke voornaamwoorden zijn onder andere:

Persoonlijke voornaamwoorden

ik, je, jij, jou, u, hij, zij, ze, het, wij, we, jullie, zij (meervoud), mij, me, hem, haar, ons, hen, hun en ze (meervoud)

Persoonlijke voornaamwoorden in een zin
Ik ga vrijdag naar de speeltuin.
Reis jij graag met de trein?
Hij is aan de beurt.
Wij gaan naar de kinderboerderij.
Jullie gaan naar het zwembad.
Zij houden van Nederlandse muziek.
Ga je met mij mee naar de speeltuin?
Ik kom naar jou toe.
Neem je haar ook mee naar de speeltuin?
Vraag je dat aan ons?
U gaat met hem naar het park.
Vraag je dat aan hun?
Onthouden
Vervang de persoonlijke voornaamwoorden door namen van personen als je het niet zeker weet. Kun je het niet vervangen door een naam, dan is het dus geen persoonlijk voornaamwoord!
Vervang de persoonlijke voornaamwoorden door namen
Ga je met mij mee naar de speeltuin?  Gaat Marc met Rosa mee naar de speeltuin?
Vraag je dat aan ons?  Vraagt Marc dat aan Rosa en Ivo?
Ik parkeer voor ons huis  Rosa parkeert altijd voor ons huis.
Ga je ook naar haar feestje?  Gaat Rosa ook naar Linda’s feestje?

ons en haar zijn in de laatste twee zinnen geen persoonlijke voornaamwoorden,
maar *bezittelijke voornaamwoorden.

In de laatste zin zijn we aan het vals spelen. 
haar wordt hier wel vervangen door een naam, maar je wordt dan gedwongen om
er een 's aan toe te voegen.

 


*bezittelijke voornaamwoorden: 
Het geeft een bezit aan en staat bijna altijd voor een zelfstandig naamwoord (=je kunt de, het of een voor het woord zetten). Je kunt het nooit vervangen met namen van personen!