Taal

Wat is het naamwoordelijk gezegde (nwg)?

Het gezegde kan werkwoordelijk of naamwoordelijk zijn. In dit artikel wordt het naamwoordelijk gezegde (nwg) uitgelegd.

Het naamwoordelijk gezegde (nwg) bestaat altijd uit een koppelwerkwoord. De koppelwerkwoorden zijn; zijn, worden, heten, blijven, schijnen, lijken, blijken, dunken en voorkomen. Het koppelwerkwoord koppelt het naamwoordelijk deel aan het onderwerp.
 

Het naamwoordelijk gezegde (nwg).
Naamwoordelijk gezegde.
  1. Zoek de persoonsvorm (pv).
  2. Zoek het onderwerp (o).
  3. Zoek het gezegde (gez): wwg nwg

Zoals je hebt gelezen bestaat het naamwoordelijk gezegde uit een koppelwerkwoord (of nog meer werkwoorden) en een naamwoordelijk deel. Het naamwoordelijk deel zegt iets over het onderwerp.

Naamwoordelijk gezegde (nwg).
Naamwoordelijk gezegde. Zin     Naamwoordelijk gez.
Het werd een groot succes.   werd een groot succes
Het werd een groot succes.
→ Naamwoordelijk gezegde:  werd een groot succes

In het voorbeeld zie je dat het gezegde bestaat uit het koppelwerkwoord werd. Het naamwoordelijk deel zegt iets over het onderwerp namelijk dat het een groot succes werd. 
 

 

*   Koppelwerkwoorden kunnen ook als een werkwoord in het (wwg) voorkomen!

 

Voorbeeld
Zin    Gezegde; nwg / wwg?
De juf schijnt leuk te zijn.  schijnt leuk te zijn = nwg
De juf schijnt met de zaklamp.  schijnt = wwg
De juf schijnt leuk te zijn.
→  schijnt leuk te zijn = nwg

De juf schijnt met de zaklamp.
→  schijnt = wwg

In de zinnen uit het voorbeeld zie je het woord schijnt. In de eerste zin zegt dit woord iets over het onderwerp; de juf. Het is hier een naamwoordelijk deel. In de tweede zin zegt dit woord niets over het onderwerp; de juf. Het is hier gewoon een werkwoord.
 

Naamwoordelijk gezegde (nwg).
  • Zoek eerst de persoonsvorm en het onderwerp.
  • Zoek het gezegde.
  • Bepaal of het een werkwoordelijk of naamwoordelijk gezegde is.
  • Het naamwoordelijk gezegde bestaat uit een koppelwerkwoord en een naamwoordelijk deel dat iets zegt over het onderwerp.