Taal oefenen
Flitsen [2]
Flitsen [2]

Taal groep 4 - Flitsen

Woorden flitsen met be-, ge- of ver-
2
2
3
3
3
3
3
3
3
4
4
4
Woorden flitsen met -ou(w)- of -au(w)-
Woorden flitsen met -aai-, -ooi- of -oei-