Taal oefenen

Stamregel 5: Trema

De werkwoordstam vind je door van het hele werkwoord en af te halen. Wat je overhoudt, is de werkwoordstam of ook wel de stam.

De stam van hele werkwoorden kun je op verschillende manieren vinden.
 
5   Stamregel 5: Woorden die eindigen op een trema


Er zijn maar weinig werkwoorden die eindigen op een trema.

Stamregel 5

Trema
Hele werkwoord       De ruwe stam       De stam
ruziën   -n       (ik) ruzië       (ik) ruzie
neuriën   -n       (ik) neurië       (ik) neurie
skiën   -ën       (ik) ski       (ik) ski
sleeën   -ën       (ik) slee       (ik) slee
Hele werkwoord: ruziën  -en
→ De ruwe stam: (ik) ruzië
→ De stam: (ik) ruzie

Hele werkwoord: sleeën  -ën
→ De ruwe stam: (ik) slee
→ De stam: (ik) slee
 

Zoals je ziet haal je er soms n vanaf en soms ën.

Haal je er een n vanaf, dan blijft de letter e staan, maar het trema verdwijnt. Haal je er ën vanaf , dan kun je verder met het woord dat over blijft. Meestal als je er er ën vanaf haalt, blijft de letter e staan, maar het trema verdwijnt.