Taal oefenen

Wat is het hele werkwoord (de infinitief)?

In het woordenboek vind je alleen de hele werkwoorden.
Daarom noemen ze het hele werkwoord ook wel de woordenboekvorm.

De hele werkwoorden staan in de tegenwoordige tijd in het meervoud.
Ze eindigen meestal op en en soms op n.

Hele werkwoorden

fietsen, lopen, klappen, blazen, zijn, gaan, zien...

Hele werkwoorden
Enkelvoud
ik
jij, je, u
hij, zij
fiets
fietst
fietst
Meervoud
wij
jullie
zij
fietsen
fietsen
fietsen
Hele werkwoorden
Onthouden

Voor het hele werkwoord kun je bijna altijd Ik kan zetten.
 

Ik kan fietsen.
Ik kan werken.
Ik kan lopen.
Ik kan spelen.
Ik kan klappen.
Ik kan bakken.
Ik kan blazen.
Ik kan verhuizen.
Zet 'Ik kan' voor het hele werkwoord.

 

Online oefenen met dit onderwerp

2
 
2
2
 
2
2
 
2
3
 
3
3
 
3
3
 
3