Taal Spelling Regelwoorden [1] Verkleinwoorden met je, tje, pje of etje

Verkleinwoorden met je, tje, pje of etje

Door jetjepje  of etje achter een woord te plaatsen,
maak je een woord kleiner.

De meeste verkleinwoorden zijn eenvoudig te maken.
Meestal voeg je je of tje toe aan het woord.

Verkleinwoorden met -je
huis – huisje
boot – bootje
broer – broertje
trein – treintje

 

Woorden die eindigen op ing, krijgen vaak de eindletters etje of nkje

Verkleinwoorden met -etje of -nkje
ding – dingetje
kring – kringetje
koning – koninkje
ketting – kettinkje

 

Woorden die eindigen op m, krijgen meestal pje erbij.

Verkleinwoorden met -pje
raam – raampje
bloem – bloempje
kraam – kraampje
schuim – schuimpje

 

Woorden met een korte klinker, krijgen vaak een dubbele medeklinker.

Verdubbeling van medeklinkers
ster – sterretje
stem – stemmetje
kip – kippetje
zon – zonnetje

 

Woorden die eindigen op aou, krijgen meestal een extra klinker erbij.

Extra klinker
pinda – pindaatje
schema – schemaatje
foto – fotootje
radio – radiootje
menu – menuutje
paraplu – parapluutje

 

Meer oefenen met je, tje, pje of etje

1
3
3
2
2
2
4
4
4
4