Taal oefenen

Spreekwoorden en hun betekenis [1]

Voorbeeld

 

Balen als een stekker. Spreekwoorden.

 

Balen als een stekker.


Als je baalt als een stekker, dan heeft dat natuurlijk niets te maken met een echte stekker die je in een stopcontact doet. Het betekent dat je ergens genoeg van hebt, dat je ergens flink van baalt. Hieronder zie je een lijst met veelvoorkomende spreekwoorden met daarachter de betekenis. Deze lijst kun je gebruiken om de betekenis van de spreekwoorden te onthouden en om de oefenopgaven op de website goed te maken. 
 

Spreekwoorden en hun betekenis

De appel valt niet ver van de boom.
Kinderen lijken veel op hun ouders.

 

In de aap gelogeerd zijn.
Je bent in een vervelende positie geraakt, je bent de klos.

 

 

Achter de wolken schijnt de zon.
Na iets vervelends komt er wel weer iets goeds.

 

 

De pijp aan Maarten geven.
Ergens mee ophouden, ergens mee stoppen.

 

 

Iemand met gelijke munt terugbetalen.
Iemand op dezelfde (vervelende) manier behandelen, zoals hij ook bij een ander heeft gedaan.

 

 

De handen uit de mouwen steken.
Aan de slag gaan.

 

 

Al is de leugen nog zo snel, de waarheid achterhaalt haar wel.
Als je liegt wordt de waarheid vroeg of laat toch bekend.

 

 

Onbekend maakt onbemind.
Iets dat je niet kent vind je vaak niet leuk.

 

 

Een spaak in het wiel steken.
Door in te grijpen gaat een plan van een ander niet door.

 

 

Er warmpjes bij zitten.
Veel geld hebben.

 

 

Goed in de slappe was zitten.
Veel geld hebben.

 

 

Ergens een stokje voor steken.
Iets verhinderen, zorgen dat iets niet doorgaat.

 

 

Dat past in mijn straatje.
Dat komt goed uit.

 

 

Na regen komt zonneschijn.
Na een periode van nare dingen, komt er een betere tijd.

 

 

Een aardje naar zijn vaartje hebben.
Op je vader lijken.

 

 

Leugens hebben korte benen.
Met een leugen schiet je niets op.

 

 

Het bijltje erbij neerleggen.
Ermee stoppen.

 

 

Wat de boer niet kent, dat eet hij niet.
Alleen eten wat je kent. Geen nieuwe gerechten proberen.

 

 

De mouwen opstropen.
Aan het werk gaan.

 

 

Iemand een koekje van eigen deeg geven.
Iemand iets geven of krijgen wat bedacht is door die persoon zelf.

 

 

De aap komt uit de mouw.
Nu zie je wat werkelijk de bedoeling is.

 

 

Van een mug een olifant maken.
Erg overdrijven.

 

 

Onder iemands duiven schieten.
De klanten van iemand anders weghalen en proberen ze klant bij jezelf te maken.

 

 

Een appeltje met iemand te schillen hebben.
Een vervelend onderwerp met iemand bespreken.

 


Wil je nog meer spreekwoorden leren en er op een leuke manier mee oefenen?
Lees dan ook de volgende artikelen door.

 

Online oefenen met dit onderwerp